7 fabeltjes waar je als kind heilig in geloofde

Joke-Jiers

Vroeger deden de meest gekke verhalen de ronde in de speeltuin. Als kind vertelde je natuurlijk aan iedereen die het maar horen wilde wat je nu weer voor geks had geleerd. Alle andere kinderen keken je met grote ogen aan: ‘Echt waar?’ We geloofden in alle fabeltjes die ons werden verteld en waren er diep van onder de indruk.

Gelukkig weten we nu allemaal wel beter en zijn we allemaal iets minder naïef als dat we als kind waren. Maar deze fabeltjes zijn echt om te gieren van de lach.

1. Als je dichtbij de tv zit krijg je vierkante ogen

Alle kinderen doen het, tien centimeter van het scherm af zitten. Uiteraard kan dit niet goed voor je ogen zijn en daarom is het niet gek dat onze ouders ons wijs maakten dat we dan vierkante ogen kregen. Je zag het direct voor je, je eigen gezicht met vierkante ogen. Dat wilde je écht niet. Je vertelde dit fabeltje ook direct aan al je vriendjes en vriendinnetjes. Niet doen hoor.

2. Dat je écht zulke spierballen kreeg van spinazie eten als Popeye

En daarom at je ook zoveel spinazie. Als je de laatste hap niet nam dan zei je vader ook steevast: ‘Ja maar lieverd, daar word je wel heel sterk van hè?’ En daarom at je braaf je bordje leeg. Waar de fictieve Popeye allemaal wel niet voor kon zorgen in je kinderjaren.

3. Dat als je je kauwgom doorslikte je er een kauwgomballenboom in je buik groeide

Ook dat heeft vast iemand jou wel eens wijs gemaakt. Je kon dan ook lichtelijk in paniek raken als je per ongeluk je kauwgom had doorgeslikt. Hoe moest dat nu wel niet als je straks een gigantische boom in je buik had zitten? Gelukkig waren je ouders daar om je gerust te stellen. De volgende dag geloofde je echter alweer in de boom.

4. Dat je knuffels daadwerkelijk leefden

Je had een heel leger van knuffels in je bed liggen en je wist ook zeker dat zij je gingen beschermen tegen kwade geesten die je kamer ‘s nachts zouden betreden. Elke knuffel had een eigen taak en je had ze ook zo neergelegd in je bed dat er niets mis zou kunnen gaan.

5. Dat de ooievaar je als baby bij je ouders heeft gebracht

Ze vonden je namelijk nog een beetje jong om je te confronteren met grote mensenzaken zoals seks, klaarkomen en een bloederige bevalling. Dat wilden ze je besparen, neem het ze maar niet kwalijk.

6. Dat als je scheel keek, je ogen zo bleven staan

Never really happened. Je omgeving vond dit gewoon een naar gezicht waarschijnlijk. Bovendien wil jij later ook geen kind hebben die continu scheel kijkt toch?

7. Dat je letterlijk uit de buik van je moeder bent gekomen

Als je via een keizersnede ter wereld bent gekomen is dit de wereld. Maar als klein kind weet je niet beter dan dat je echt zomaar uit de buik bent gekomen. Via de navel ofzo? Wij weten het ook niet.