Love 19 sep 2016 Lotte Nijborg

Aan de man van wie ik niet los kan komen, die ik niet kan laten gaan

Ik wil rennen,

zo hard als ik kan. Maar toch word ik terug getrokken naar jou. Elke dag vraag ik mezelf weer af waarom ik terug naar jou ga. Elke dag neem ik mezelf weer voor om weg te lopen. Maar mijn wereld draait om jou.

Je zit in m’n bloed, m’n hart, m’n gedachten. Jouw liefde stroomt als vergif door mijn aderen. Mijn hart klopt op het ritme van jouw hart. En mijn gedachtes worden gevangen gehouden door de liefde die ik voor je heb.

Iedere dag draag ik je met me mee als last en glimlach tegelijk. Elke keer laat ik je dichterbij komen. Ik laat je mijn hart pakken. En iedere keer vermorzel jij het weer even hard.

Je trekt aan me en duwt me weer weg. En ik veer met je mee. Jij bepaalt de richting, de route en het einddoel. Ik geef me over. Keer op keer.

Laatst keek je me aan en terwijl je diep in m’n ogen keek zei je dat het nooit over zou zijn. Dat ik nooit los van jou zou komen. Dat jij mijn eeuwigheid was. Dat ik voor altijd aan jou verbonden zal zijn. Als een ketting vastgeketend. De sleutel binnen handbereik maar onaangeraakt.

En ik wist op dat moment dat ik verdoemd was. En ik legde me er bij neer. In ieder geval voor vandaag.

Reageer op artikel:
Aan de man van wie ik niet los kan komen, die ik niet kan laten gaan
Sluiten