The single life: Als je eigenlijk gewoon niemand een kans geeft

Omani

Het leven van een single meisje is als een wervelwind. Soms is het leuk, soms is het minder en soms is het een regelrechte horrorfilm. Omani is een luidruchtige, altijd lachende, ietwat (prettig) gestoorde eind-twintiger. Wekelijks zal ze jullie een kijkje geven in het leven van een rasechte single girl. Pak de popcorn er maar vast bij.

Mensen vinden het heel normaal om te vragen waarom je single bent. Weet ik f*cking veel. Bridget Jones had gelijk toen zei zei: ‘I will not fall for the following: alcoholics, workaholics, commitment phobics, people with girlfriends or wives, misogynists, megalomanics, chauvists, emotional fuckwits or freeloaders, perverts.’

‘Mannen zouden verplicht naamplaatjes met hun tekortkomingen moeten dragen, scheelt een hoop tijd’

Ongeveer elke man die ik in de laatste vijf jaar heb ontmoet, heb ik zo’n label kunnen geven. Daarnaast hebben ze allemaal de emotionele stabiliteit van een vijfjarige. Het is niet mijn schuld dat er zoveel sukkels rondlopen in Amsterdam. Het is hun schuld. Ze zouden verplicht naamplaatjes met hun tekortkomingen moeten dragen. Weet je wel hoe tijdrovend het is om er altijd zelf maar achter te moeten komen?

‘Gelukkig heb ik mijn linkerwenkbrauw zo getraind dat zodra zo’n soort gesprek begint, hij omhoog springt’

Hoe ouder je wordt, hoe meer mensen om je heen relaties beginnen. En die mensen worden op wonderbaarlijke wijze, binnen een week, experts op het gebied van relaties. Wat er dan gebeurt is dat mijn voorheen leuke single vrienden (jullie weten wie jullie zijn) mij de les gaan lezen over waarom ik single ben. ‘Omani, je geeft nooit iemand een kans. Omani, je moet jezelf gewoon meer openstellen. Omani, je gaat altijd voor emotioneel onbereikbare mensen.’ Ugh, Leave Britney alone.

Gelukkig heb ik mijn linkerwenkbrauw zo getraind dat zodra zo’n soort gesprek begint, hij omhoog springt. Mijn ingebouwde, non-verbale afweermechanisme. Mijn wenkbrauw spreekt boekdelen, als mijn woorden tekort schieten. Desalniettemin hoor ik wel de dingen die gezegd worden. Geef ik echt niemand een kans?

Maar goed, ik geef zogenaamd nooit iemand een kans, dus ik ging alsnog

Misschien is dat ook wel niet zo gek. Zo vertel ik graag de raarste date van mijn leven. Ik was naar een feest in Eindhoven met mijn vriendinnetje en heb daar een man ontmoet. Deze man was helemaal mijn type: groot, gespierd en donker met stoute ogen. Ik houd van stout. Hij bleek in Amsterdam te wonen, dus gingen we op date. Ik was enigszins sceptisch, omdat hij zei dat hij de neef van Tupac was. Serieus, mijn wenkbrauw kon niet hoger toen hij daarmee kwam. Maar goed, ik geef zogenaamd nooit iemand een kans, dus ik ging alsnog.

Neef van Tupac, laten we hem voor nu gewoon Nopac noemen, haalt mij met de auto op. Hij stapt uit de auto en draagt een joggingpak. Ik heb een jurkje en torenhoge hakken aan en hij draagt een joggingpak. Serieus? Ik stap in de auto en hij vraagt waar ik heen wil. Ik haat het als mannen dat doen. Verzin het f*cking zelf gast, jij neemt mij mee.

We rijden door naar een kroeg op het Scheldeplein, maar niet voordat hij mij vertelt over hoe ‘gangster’ hij is en dat hij hoog in aanzien staat bij iedereen met wie hij te maken heeft. Mijn probleem is dat ik op iemands ego in ga hakken als iemand zo’n houding aanneemt. Het is een automatisme. Maar ik houd me in en we gaan naar binnen, waar ik een donkere rum zonder ijs bestel. We praten een beetje en hij zegt opeens dat een vriend van hem eraan komt. Die vriend komt vervolgens naast ons zitten en zegt geen woord.

‘Serie kijken? Ja, ik ken dat’

‘Negeer hem maar’, zegt Nopac. Ik probeer mijn wenkbrauw met man en macht op z’n plek te houden. ‘Oké, we kunnen twee dingen doen’, zegt Nopac. ‘Of we gaan naar mijn huis om een serie te kijken of we gaan naar het casino.’
Serie kijken? Ja, ik ken dat. Je bedoelt zeker ongegeneerd aan me zitten, terwijl de televisie aanstaat. Eigenlijk wil ik dat hij me thuisbrengt, maar ik denk weer aan de woorden van mijn vrienden dat ik niemand ooit een kans geef. ‘Casino’, zeg ik.

Als we in de auto zitten (met die vriend achterin) merk ik dat we Amsterdam uitrijden. Want we gaan naar een casino in België. Ja, je leest het goed, in België. Na een paar uur rijden, gezellig te hebben gekletst, met de stille vriend achterin, komen we aan bij de casino. We zijn daar een paar uur en besluiten te gaan als hij 5000 euro in de min staat. In de auto werd uitgebreid besproken waarom het niet uitmaakte, want ze verdienen het toch wel terug. Ah, jullie zijn dus waarschijnlijk niet helemaal zuiver op de graat.

Nopac houdt een hand op het stuur en raakt met zijn andere mijn heup aan. ‘Wat heb jij vruchtbare heupen’, zegt Nopac. ‘Ik ga een kindje in jou stoppen.’ Woorden schieten mij op dit moment tekort en mijn beide wenkbrauwen raken mijn haarlijn zowat. ‘Dat zien we nog wel’, zeg ik ongemakkelijk lachend. ‘Heb je al kinderen?’ vraag ik daarna. ‘Ja twaalf’, zegt Nopac. We zitten twee uur lang in totale stilte.