Bepaal je haartype met deze zes simpele trucs

Om je haar zo goed mogelijk te verzorgen is het belangrijk om te weten welk haartype je hebt. En dat houdt niet op bij vol, fijn, dik of dun haar. Met deze simpele trucjes weet je in no time net zoveel van je haar af als je kapper.

1. Diameter

Het is heel belangrijk dat je de dikte van je haar weet zodat je de juiste verzorgingsproducten kunt vinden. Of je haar dun, medium of dik is, kun je met een heel makkelijk trucje bepalen. Het enige wat je hiervoor hoeft te doen is één haar tussen je duim en wijsvinger vasthouden.

Wanneer je je haar tussen je vingers rolt en je hem niet voelt is je haar dun, voel je de haar wel dan heb je medium haar en voel je de haar duidelijk zitten dan heb je dik haar.

De diameter van je haar heeft niks te maken met hoe vol je haarbos is. Mensen met fijn haar kunnen bijvoorbeeld heel veel haar hebben waardoor het bij elkaar toch een hele bos is.

2. Volheid

Zoals we al uitgelegd hadden is de volheid iets anders dan de dikte van je haar. Om te bepalen hoeveel haar je hebt kun je een pluk haar aan de zijkant van je hoofd pakken en strak trekken. Kijk dan hoeveel ruimte er om je haarwortels zit. Wanneer je recht op je hoofdhuid kijkt heb je weinig haar, zie je geen hoofdhuid dan heb je veel haar. En alles daartussen betekent dat je een medium volle bos haar hebt.

Door het bepalen van de diameter en de volheid van je haar kun je makkelijker beslissen wat jouw haar nodig heeft. Iemand met vol, dik haar heeft bijvoorbeeld gladmakende producten nodig, terwijl iemand die weinig maar dik haar heeft beter volume producten kan gebruiken.

3. Elasticiteit

De elasticiteit van je haar geeft aan hoe gezond het is. Het is makkelijk om dit te testen. Pak een haar en trek langzaam aan allebei de kanten. Wanneer hij meteen knapt is je haar niet elastisch en heeft je haar behoefte aan versterkende producten. Hoe langer het duurt voordat je haar knapt hoe gezonder je haar is. Ultiem gezond haar kan wel tot 50 procent van de originele lengte uitrekken.

4. Textuur/type krul

De textuur van je haar verandert naarmate je ouder wordt. Ook de pil kan invloed hebben op de textuur. Om de textuur van je haar te bepalen is het belangrijk dat je een paar keer je haar aan de lucht laat drogen. Wanneer je haar droog is valt het op de natuurlijke manier en weet je precies wat voor textuur je haar heeft en welke producten het nodig heeft.

Droogt je haar bijvoorbeeld op met een lichte slag en wil je deze graag behouden? Kies dan voor een lichtgewicht serum. Maar heb je meer krullend haar, probeer dan een curl defining product wat je krullen er meer uit laat springen.

5. Olieproductie van je hoofdhuid

Om te bepalen hoe vet je hoofdhuid is kun je het beste je haar de dag nadat je het hebt gewassen bestuderen. Heb je tegen die tijd al heel vet haar dan heb je een vette hoofdhuid. Als het zo’n beetje hetzelfde is als de dag ervoor dan is je hoofdhuid in balans. Wanneer je een hele droge hoofdhuid hebt zie je na een dag of twee al schilfertjes ontstaan.

De meeste mensen hebben de combinatie van een vette hoofdhuid met droge punten. Dat kun je oplossen door een volume shampoo op je hoofdhuid en de aanzet van je haar te gebruiken, en een hydraterende conditioner voor de punten.

6. Poreusheid

Door te meten hoe poreus je haar is weet je hoeveel chemische behandelingen je haar kan doorstaan. Dit kun je testen door na het wassen van je haar een handdoekdroge haar uit je hoofd te trekken en deze in een bakje met water te leggen. Zinkt de haar meteen? Dan is je haar poreus. Blijft de haar drijven dan is je haar niet poreus.

Blond haar is poreuzer dan andere kleuren haar en heeft een stuk meer hydratatie nodig. Het gebruik van een hydraterend masker één tot twee keer in de week helpt hierbij.